Commitment betekenis
In de organisatiepsychologie is veel onderzoek gedaan naar het commitment van werknemers. Wie zich sterker bindt, heeft volgens dat onderzoek meer kans aan het succes van zijn organisatie bij te dragen, en is doorgaans tevredener over zijn werk. Commitment geldt in dat vak dan ook als iets van graden: de vraag is er hoe sterk iemand gebonden is.
Verbondenheid en geld heten allebei commitment, elk in een eigen register
Zolang commitment geen vakterm is, blijft het bij verbondenheid. Wat betekent het dan in de registers waar het er wél een is?
Betalingsverplichting en borgtocht zijn twee van de woorden waarmee commitment in ambtenarentaal wordt vertaald, in een woordenboek dat de betekenis van Engelse termen geeft. Zakelijk Engels is een ander register: Cambridge Business English noemt daar onder meer een som geld die voldaan moet worden. Dat Nederlandse woordenboek noemt onder zijn bronnen IATE, de terminologiedatabank die de Europese Unie bijhoudt.
Drie gronden houden iemand bij zijn organisatie
Op het werk heeft commitment niet één grond maar drie. Iemand kan blijven omdat hij wel moet: weggaan zou hem meer kosten dan het hem oplevert. Dat heet continuïteitscommitment. Bij dezelfde werknemer kan plichtsgevoel meewegen, omdat het in zijn ogen zo hoort; dat is normatief commitment. En dan is er nog het affectieve commitment, waarbij hij blijft omdat hij het wil. De gevoelsband die daarbij hoort geldt de organisatie. Meyer en Allen stelden die driedeling in 1991 op, met een publicatie in het vakblad Human Resource Management Review. Onomstreden is dat model niet: een reeks onderzoeken strookt er niet mee, en Solinger, Olffen en Roe concluderen dat het model eerder aangeeft wie er weggaat dan hoe betrokken iemand is.
Wie gemotiveerd is, is nog niet gecommitteerd
Het verschil tussen motivatie en commitment laat zich bij tegenslag zien, zegt een redactie die over managementboeken schrijft: motivatie zet iemand in beweging, commitment houdt hem gaande. Dat is een redactionele opvatting en geen betekenis van commitment die uit een naslagwerk komt. Diezelfde redactie noemt het vrijwillig en toch niet vrijblijvend: je kiest er zelf voor, en daarna kom je er niet zomaar onderuit. Zij noemt daarbij wat commitment dan vraagt: moed als er weerstand komt, volharding als de resultaten uitblijven, en vertrouwen als de afloop onzeker is.
Volgens een adviseur kan achter een unaniem ja sociale wenselijkheid zitten
Een adviseur doet over instemming in vergaderingen een waarneming die niet op onderzoek rust maar op zijn eigen praktijk; zo hoort ze ook gelezen te worden. Hij beschrijft een tafereel: er wordt iets afgesproken, iedereen knikt, het besluit heet unaniem, en er komt daarna niets van terecht. Zijn verklaring is dat die instemming sociaal wenselijk was. De aanwezigen stonden niet achter de afspraak; ze durfden alleen geen tegengas te geven. Het onderscheid is niet te horen: sociaal wenselijke instemming klinkt precies hetzelfde als de echte. Commitment laat zich volgens hem niet afdwingen; een leidinggevende schept er hooguit de voorwaarden voor.
Commitment kan toenemen, en daar bestaat veel advies over
Voor organisatiecommitment hebben onderzoekers verschillende meetschalen gemaakt, en later verschoof de aandacht naar de binding met een verandering die de organisatie doormaakt. In dat onderzoek ligt commitment niet vast: het kan toenemen. Veel van dat werk ging over de vraag hoe je dat voor elkaar krijgt. Adviespagina’s beantwoorden die vraag zonder onderzoek eronder. Een ondernemersmagazine somt vier dingen op die volgens dat blad die toename bevorderen: inzet waarderen (met en zonder geld), scholing en training aanbieden, binnen het bedrijf openlijk uitleggen waar iedereen aan bijdraagt, en personeel een stem geven in besluitvormingsprocessen en projecten. Een tweede adviespagina deelt daarvan alleen de laatste twee. Het onderzoek zelf wijst één omstandigheid aan: waar een organisatie loyaliteit als waarde ziet en dat stelselmatig uitdraagt, met beloning en andere prikkels, valt het normatieve commitment hoger uit.